Onze kalendertip voor vandaag is ‘Geef iets van je bezittingen weg’. Ik geef het toe, de bewoording had beter gekund. Ik bedoelde eigenlijk: “Geef iets weg, dat je eigenlijk nog graag zelf had willen houden“.
De meesten van ons hebben wellicht weinig moeite om oude overbodige spullen weg te doen. Maar dingen weggeven die nog (emotionele of financiële) waarde hebben is heel wat moeilijker. Nochtans geeft het je een ongelofelijk geluksgevoel, als je juist met die spullen iemand anders blij mee kan maken.
Over weggeven gesproken: Bij deze doe ik een warme oproep om te surfen naar de site van het rode kruis https://www.rodekruis.be/helpenhelpt/. Op dit moment vragen ze om geen goederen meer te doneren (later misschien terug wel). Maar je kan onze landgenoten wel steunen door financiële giften of je waardevolle tijd als vrijwilliger (zie ook onze blogpost hierover).
Je helpt niet alleen mensen in nood, maar je zal merken dat het je zelf ook positieve energie geeft!
Een waargebeurd verhaal over een negenjarig meisje dat een zelfverdiende quarter weggaf (ongeveer 20 eurocent)
– (Sara Tung on Quora)
Ik gaf ooit een kwartje (20 eurocent) weg. Het is weinig, maar het was heel veel voor mij. Mijn familie was arm. Ik droeg alleen maar afdankertjes, en mijn kleren waren of te groot, of te strak. Mam hield zich aan een strikt budget, en mijn zus en ik kregen geen zakgeld.
Meestal vond ik dat niet erg, maar soms was het moeilijk, zeker in de zomer. Want als het mooi weer was, kwam de ijskar naar onze school.
Af en toe kocht mama na schooltijd een ijslolly voor m’n zus en mij om te delen. Maar dat was een zeldzame traktatie, en de meeste dagen liepen we er gewoon langs.
Voor en na schooltijd, stond de ijskar voor de ingang van de school. Tussen de middag, als het mooi weer was, parkeerde de ijscoman zijn kar naast de speelplaats van de school. Dus elke dag als de school open was en het mooi weer was, zag ik de ijscoman drie keer per dag.
Drie keer per dag keek ik toe hoe andere kinderen een ijsje kochten bij de ijskar.
Ik kende de geuren van alle verschillende soorten ijs, lang voordat ik ze ooit geproefd had… soft ijs, ijslolly’s, hoorntjes met pinda’s, potjes met chocolade, Italiaanse ijsjes. Ik ademde de zoete geur van de kleverige traktaties in.
Op een morgen, toen ik in de vierde klas zat, werd ik samen met een ander meisje uitgekozen als hulp voor een van de juffen van de eerste klas. We hielpen haar met het opruimen van haar klaslokaal en het wassen van haar krijtbord. Na afloop, kregen we elk van de juf een glimmend kwartje.
Een heel kwartje!
Ik wist precies wat ik met dat kwartje wilde doen. Ik ging een ijslolly kopen na school!
Ik was zo opgewonden dat ik me de rest van de middag nauwelijks nog kon concentreren in de klas.
Na school, ging ik trots naar het einde van de rij die al klaarstond voor de ijskar. Ik was dolblij dat ik voor het eerst een ijsje voor mij alleen kon kopen.
Terwijl ik daar stond te wachten, viel mijn blik op een meisje uit mijn klas dat ik Mariue zal noemen. Ze keek weemoedig toe hoe de kinderen hun ijsje kochten. Ik kende die blik maar al te goed.
Ik dacht even na en kon me niet herinneren dat Marie ooit ijs had gekocht. Ik besefte dat ze net als ik was.
Toen ik weer naar Mary keek, zag ik een spiegelbeeld van mezelf. Een meisje dat dag na dag toekeek hoe haar klasgenoten een ijsje kochten, maar er zelf nooit van kon genieten.
Plotseling voelde ik me niet meer zo gelukkig. Terwijl ik in de rij wachtte, werd ik me ondraaglijk bewust van Mary’s smachtende blik.
Ik probeerde het van me af te schudden. Ik had mijn kwartje verdiend, ik verdiende mijn ijslolly.
Maar ik kon het gevoel niet van me afzetten. Het idee dat ik een ijsje kreeg en dat Mary toekeek hoe ik het opat, maakte me erg verdrietig.
Ik nam een besluit. Ik stapte uit de rij en liep naar Mary.
“Hé, wil je dit?” vroeg ik nonchalant aan Mary, terwijl ik het kwartje in mijn handpalm uitstak.
“Echt waar?” vroeg Mary ongelovig, haar ogen oplichtend.
“Neem het,” drong ik aan, terwijl ik knikte.
Mary nam het kwartje aan en kocht een ijslolly met kersen.
Het was de allereerste keer dat ik genoot van het kijken naar een klasgenootje die ijsje at. En om de een of andere reden voelde ik me gelukkig, alsof ik de ijslolly zelf had opgegeten.
